Histogram

Weifelend vraagt de student om bevestiging: ‘dus een histogram gebruik je alleen bij continue variabelen?

Ja!

Voor categorische variabelen, oftewel niet-continue variabelen, oftewel discrete variabelen gebruik je een (gewone) staafdiagram.

Chaos

Wat is de definitie van chaos?

Photo by Hans-Peter Gauster on Unsplash

Een statisticus zonder het toetstheorema van Fisher:

  1. Is er al een theoretische grondslag voor het verband?
  2. Welke richting kent het verband?
  3. Zijn de te onderzoeken variabelen onafhankelijk?
  4. Wat is de hypothese dat het verband formaliseert?
  5. Bepaal en bereken de toetsgrootheid.
  6. Conclusie: samenhang of niet?

Verzamelingen

Beter één verzameling in de hand, dan tien onbekend.

Photo by Chanan Greenblatt on Unsplash

Statistiek is een doe-vak.

Te weinig respons …

Vraag van een student

Ik heb een vraag over mijn scriptie. Ik heb de steekproefgrootte voor mijn scriptie berekend en hieruit kwam dat ik 384 respondenten nodig had voor een betrouwbaarheid van 95% en een proportie van 0.5. Uiteindelijk bestaat mijn bruikbare respons uit 190 mensen. Hoe kan ik nu het beste berekeningen doen en significantie aantonen? Bij 190 mensen is de betrouwbaarheid 83,24%. Moet ik dit betrouwbaarheidsinterval dan verder hanteren? En moet ik om significantie aan te tonen een p-waarde <0,05 hebben? Of dan van p < 0,1776? Bij <0,05 klopt het bijbehorende betrouwbaarheidsinterval niet, maar bij p<0,1776 lijken de uitkomsten me heel onbetrouwbaar. 
Of is het voldoende als ik in de methodologie bij de discussie opneem dat berekeningen zijn gedaan met een 95% betrouwbaarheidsinterval, maar dat het daadwerkelijke interval en daarmee de betrouwbaarheid lager is, namelijk 83,24%?

Antwoord

Mijn antwoord is tweeledig.

Als je een lagere betrouwbaarheid moet hanteren betekent dat dat je onderzoek grotere bandbreedtes kent voor de generalisatie naar de volledige populatie toe. Dus als je een gemiddelde tevredenheid hebt van 7,0 in je steekproef, dan zal het populatiegemiddelde liggen in een 83,24% betrouwbaarheidsinterval eromheen. DUS NIET EEN 95%-betrouwbaarheidsinterval. hetzelfde geldt voor een proportie.

Stel je doet een analyse (zeg eens wat: een chikwadraattoets) en er komt uit dat de toets uitwijst dat met 95% betrouwbaarheid kan zeggen dat er een samenhang is. Wat houdt dat in voor de populatie? Geen idee. Daar heb je te weinig waarnemingen voor. Want: stel je zou er wel voldoende verzamelen, dan kan het muntje alle kanten opvallen: het kan leiden tot een ‘stevig’ significant verschil, maar ook juist naar een ‘stevig’ niet-significant verschil. Dat is het nadeel van te weinig respondenten immers. Je kunt niet met ‘vertrouwen’ extrapoleren naar de populatie toe. Voorzichtigheid is gewenst t.a.v. het trekken van conclusies!

Uniforme verdeling

 

Photo by vision webagency on Unsplash

De uniforme verdeling komt vaker voor dan je denkt.

Verzamelingen

Photo by Stanislav Kondratiev on Unsplash

Zonder verzamelingen geen statistiek.

Zuivere politici?

Photo by Pop & Zebra on Unsplash

Tijdens college over kansen: ‘als een dobbelsteen zuiver is, dan is de geometrie van de kubus conform de fysische eigenschappen gelijkelijk verdeeld’ repliceert de student ‘hoe zouden we zuiverheid van veelzijdige politici kunnen meten met waarschijnlijkheidsrekening?’

Aselecte steekproef

Een studente: ‘Ik heb met succes aselecte steekproef gedaan onder de eerstejaars mannelijke studenten’.

Gehaald of gezakt?

Student verzucht naar vriend: ‘wat is de kans dat ik het tentamen in één keer haal’?

Vriend: ‘Dûh … 50%, je haalt het of niet’.