Hoofdstuk 7

Leeruitkomsten

Veel onderzoekers worstelen met de vraag ‘welke steekproefgrootte is nodig’? Intuïtief weten veel (beginnende) onderzoekers wel dat om de ‘gemiddelde mening’ te verkrijgen van de doelgroep één respondent echt niet volstaat, twee ook niet, etc. Maar wanneer zijn er voldoende respondenten? Om die vraag te beantwoorden moet eerst naar het onderzoeksprobleem gekeken worden. De eerste vraag die beantwoord moet worden is: ‘waarom wordt er een steekproef getrokken’? Hier wordt niet bedoeld ‘omdat de gehele populatie onnodig is, te groot is en te duur is’. Dat spreekt voor zich. Hier wordt de onderzoeksvraag zelf bedoeld. Het is de onderzoeksvraag die bepaald wat voor soort steekproef benodigd is. In de eerste paragraaf wordt uiteengezet waarom steekproefgrootte lastig te bepalen is. De volgende paragrafen geven eenvoudige handvatten om de steekproefgrootte te bereken in geval van metrische variabelen of proporties. Hiervoor is het begrip van bruikbare respons essentieel. In geval van een kleine populatie dient de correctiefactor gehanteerd te worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *